Dé informatiebron over cameratoezicht op straat
CAMERATOEZICHT.NU
Neem een gratis abonnement op de tweemaandelijkse nieuwsbrief

Wetgeving

Cameratoezicht heeft met diverse wetten en regels te maken. De personen die worden gefilmd hebben het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) en eigenaren van camerasystemen dienen zorgvuldig om te gaan met opgenomen beelden (persoonsgegevens). Het doel van het camerasysteem bepaalt welke wetten er gelden.
 
Ga naar: Nederland | België

Nederland

 
 
Doel
Wetgeving
Publiek
Handhaving openbare orde
Gemeentewet (art. 151c)
Wet Politiegegevens
Publiek
Veiligheid, handhaving van de rechtsorde en opsporing
Politiewet (art.2)
Wetboek van Strafvordering (art. 126g, Wet BOB)
Wet Politiegegevens
Privaat
Beveiligen van private eigendommen en het beschermen van personen
Wet bescherming persoonsgegevens
Publiek Private Samenwerking (PPS)
Beveiligen van private eigendommen en toezicht houden op de veiligheid daaromtrent
Openbaar orde probleem:
Gemeentewet (art. 151c) en de Wet Politiegegevens

Geen openbaar orde probleem:
Wet bescherming persoonsgegevens
 

Cameratoezicht Amsterdam Noord (foto: S. Flight/DSP-groep)Wat is een openbare plaats?

Met openbare plaatsen wordt ‘op straat’ bedoeld, dus straten en wegen, maar ook openbare plantsoenen, speelweiden, parken en alle vrij toegankelijke gedeelten van overdekte (winkel)passages, stationshallen en vliegvelden. Ook op openbare plaatsen die in particulier eigendom zijn, kunnen door gemeenten – in overleg met de eigenaar – camera's voor handhaving van de openbare orde worden opgehangen. De gemeenteraad kan ook andere plaatsen die voor iedereen vrij toegankelijk zijn aanwijzen als openbare plaats, zoals parkeerterreinen. Cameratoezicht moet dan wel noodzakelijk zijn voor handhaving van de openbare orde.

Opsporing en vervolging

Opgenomen beelden mogen door politie en justitie worden gebruikt voor opsporing van strafbare feiten. Dit geldt voor camera's van gemeenten en van particulieren. De rechter bepaalt per geval of de opgenomen beelden rechtmatig zijn verkregen. Stelselmatige observatie van personen met behulp van gemeentelijke camera’s is alleen toegestaan met toestemming van het Openbaar Ministerie.

Rellen of evenementen

De Gemeentewet geldt niet voor kortstondig of mobiel cameratoezicht. Bij evenementen, rellen of grootschalige ordeverstoringen kan de politie op basis van artikel 2 van de Politiewet - zonder besluit van de Burgemeester of de Gemeenteraad - camera's plaatsen.

Bewaking en beveiliging

De meeste camera’s worden gebruikt voor bewaking en beveiliging op niet-openbare plaatsen, zoals gesloten winkelcentra, bedrijventerreinen en openbaar vervoer locaties. Die vorm van cameratoezicht valt onder de Wet bescherming persoonsgegevens. De beelden die worden gemaakt kunnen wel gewoon worden gebruikt door de politie voor opsporing van strafbare feiten.

Wederrechtelijk verkregen bewijs

Beelden mogen niet altijd worden aangevoerd als bewijsmateriaal in een rechtzaak. In de handreiking cameratoezicht 2009 staat:
 
“Op grond van de wet moeten burgers in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden dat valt binnen het bereik van de camera’s. Aan dit kenbaarheidsvereiste moet niet alleen worden voldaan als er beelden worden vastgelegd, maar ook als sprake is van monitoring en er dus geen opnames worden gemaakt. Het niet kenbaar maken van cameratoezicht is strafbaar!“
 
Maar de juridische soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Deze twee voorbeelden laten zien dat beelden soms wel gebruikt mogen worden.
 
Het gebruik van de verborgen camera is niet kenbaar is gemaakt binnen de instelling zoals bedoeld in artikel 139f Wetboek van Strafrecht.. Het voorgaande betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat in dit geval de videobeelden wederrechtelijk zijn verkregen.

In een civiele procedure heeft de rechter een grote vrijheid in de waardering van het bewijs. Materiële waarheidsvinding staat voorop. Er dient een belangenafweging moeten worden gemaakt, waarbij enerzijds het belang van de werkgever speelt om onrechtmatigheden in de onderneming te kunnen opsporen, en anderzijds het belang van de werknemer om beschermd te zijn tegen inbreuken op zijn privacy, ook op de werkplek. Gelet op de bewijsnood heeft de instelling gehandeld met inachtneming van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en acht de kantonrechter het verkregen bewijs bruikbaar in deze procedure.
 
“(…) Voor wat betreft het opvragen van de beveiligingsvideo, merkt de rechtbank op dat geen rechtsregel een voorafgaande machtiging daartoe voorschrijft. Evenmin is sprake van een schending van artikel 8 EVRM door opsporingsambtenaren in geval de eigenaar van de video toestemming verleend aan opsporingsambtenaren om de beelden te bekijken en daarvan prints te vervaardigen. Daarbij komt dat in de regel bij het betreden van dergelijke gelegenheden de bezoeker wordt gemeld dat gebruik wordt gemaakt van videobewaking.Tot slot vermag de rechtbank niet in te zien dat het achteraf bekijken van reeds opgenomen videobeelden gelijk te stellen zou zijn aan het uitvoeren van een observatie.”

Meer weten?

  • Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft twee beoordelingsrichtlijnen opgesteld voor camerasystemen en toezichtcentrales. Met deze beoordelingsrichtlijnen kan een camerasysteem worden gecertificeerd. Certificering is niet verplicht. U kunt de beoordelingsrichtlijnen downloaden via onze pagina met links.
  • Het CCV heeft ook een vergelijkende analyse gemaakt van publiek-privaat cameratoezicht. Voor alle concepten geldt dezelfde wetgeving, maar er zijn verschillen in de uitvoering. Deze analyse brengt de verschillen en overeenkomsten in kaart. Download de analyse (PDF, 74 KB).
  • Security Management gaf in april 2008 een special uit over CCTV met een artikel van Frank Schouwstra Camera's op bedrijventerreinen (PDF, 3 MB).
     
     
     
     
     
     
     
     

België

In de nacht van donderdag op vrijdag 2 maart 2007 keurde de Kamer senator Stefaan Noreilde’s wetsontwerp voor de nieuwe camerawet goed. De nieuwe camerawet werd op 31 mei gepubliceerd in de 2de editie van het Belgisch Staatsblad en werd van kracht 10 dagen na publicatie, in concreto op maandag 11 juni 2007.
 
Concreet houdt de nieuwe camerawet in dat camera’s die worden geïnstalleerd vanaf 11 juni 2007 worden aangegeven uiterlijk één dag voor de camera's in gebruik worden genomen. Voor bestaande camera’s moet de aangifte uiterlijk drie jaren na de publicatie van de wet gebeuren, concreet betekent dit 11 juni 2010.
 
De Belgische camerawet heeft als doel de bestaande rechtsonzekerheid over bewakingscamera’s weg te werken en voorziet enkele eenvoudige regels voor wie bewakingscamera's wil gebruiken. De wet voorziet een onderscheid tussen
 
(1) camerabewaking in “niet-besloten” plaatsen, m.a.w. het publieke domein,
(2) camerabewaking voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen en
(3) camerabewaking voor niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen.
 

1. Camerabewaking in "Niet-besloten" plaatsen

Definitie van een niet-besloten plaats
 
Niet-besloten plaatsen zijn plaatsen die niet door een omsluiting zijn afgebakend en vrij toegankelijk zijn voor het publiek.
 
Checklist voor camerabewaking op niet-besloten plaatsen
 
Is er duidelijk bepaald voor welke doelstelling(en) camerabewaking wordt ingezet? Heeft de gemeenteraad een positief advies gegeven m.b.t. camerabewaking? Heeft de korpschef een positief advies gegeven m.b.t. camerabewaking? Blijkt uit het advies dat een veiligheids- en doelmatigheidsanalyse werd uitgevoerd en dat de plaatsing beantwoordt aan de in de wet van 8 december 1992 (privacywet) bepaalde beginselen? Met andere woorden:
 
> Beginsel van finaliteit: Is er formeel bepaald welke veiligheidsdoelstellingen bereikt willen worden?
Opgelet: U kan enkel de beelden gebruiken in het kader van de opgegeven finaliteit!
> Beginsel van subsidiariteit: Kan u motiveren dat een camerasysteem het gepaste en het noodzakelijke middel om uw veiligheidsdoelstellingen te bereiken?
> Beginsel van proportionaliteit: Kan u motiveren dat er een evenwicht is tussen de verhoging van de veiligheid en de impact op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer?
 
  • Is er aangifte gedaan aan de Privacycommissie, uiterlijk de dag vóór het camerabewakingssysteem in gebruik wordt genomen?
  • Is een pictogram geplaatst aan de toegang tot de niet-besloten plaats dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt?
  • Gebeurt het "real time" bekijken van de beelden uitsluitend onder toezicht van de bevoegde overheid opdat politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring zodat zij in hun optreden optimaal kunnen worden gestuurd?
  • Gebeurt het opnemen van beelden uitsluitend teneinde bewijzen te verzamelen van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en daders, ordeverstoorders, een getuige of slachtoffers op te sporen of te identificeren?
  • Worden de beelden niet langer dan één maand bewaard, indien zij geen bijdrage leveren tot het bewijzenvan een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige ofeen slachtoffer?
  • Zijn de nodige voorzorgsmaatregelen genomen teneinde de toegang te beveiligen tegen toegang door onbevoegden?
  • Leveren de bewakingscamera's geen beelden op die de intimiteit van een persoon schenden, zijn ze niet gericht op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand?
 

2. Camerabewaking in voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen

 
Definitie van een publiek toegankelijke besloten plaats
 
Publiek toegankelijke besloten plaatsen zijn besloten gebouwen of plaatsen bestemd voor het gebruik door het publiek waar diensten aan het publiek kunnen worden vertrekt.
 
Checklist voor camerabewaking op publiek toegankelijke besloten plaatsen
 
Is er duidelijk bepaald voor welke doelstelling(en) camerabewaking wordt ingezet? Beantwoordt de plaatsing en het gebruik aan de in de wet van 8 december 1992 (privacywet) bepaalde beginselen? Met andere woorden:
 
> Beginsel van finaliteit: Is er formeel bepaald welke veiligheidsdoelstellingen bereikt willen worden? Opgelet: U kan enkel de beelden gebruiken in het kader van de opgegeven finaliteit!
> Beginsel van subsidiariteit: Kan u motiveren dat een camerasysteem het gepaste en het noodzakelijke middel om uw veiligheidsdoelstellingen te bereiken?
> Beginsel van proportionaliteit: Kan u motiveren dat er een evenwicht is tussen de verhoging van de veiligheid en de impact op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer?
 
  • Is er aangifte gedaan aan de Privacycommissie, uiterlijk de dag vóór de dag dat de bewakingscamera's in gebruik worden genomen?
  • Is er aangifte gedaan aan de korpschef van de betreffende politiezone, uiterlijk de dag vóór de dag dat de bewakingscamera's in gebruik worden genomen?
  • Is een pictogram geplaatst aan de toegang tot de publiek toegankelijk besloten plaats dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt?
  • Zijn de camera's uitsluitend gericht op plaatsen waarvoor de beheerder zelf de gegevens verwerkt?
  • Gebeurt het "real time" bekijken van de beelden uitsluitend om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring?
  • Is het opnemen van beelden uitsluitend gericht op het het verzamelen van bewijzen van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en daders, ordeverstoorders, een getuige of een slachtoffer op te sporen of te identificeren?
  • Worden de beelden niet langer dan één maand bewaard, indien zij geen bijdrage leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer.
  • Zijn de nodige voorzorgsmaatregelen genomen teneinde de toegang te beveiligen tegen toegang voor onbevoegden?
  • Leveren de bewakingscamera's geen beelden op die de intimiteit van een persoon schenden, zijn ze niet gericht op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand?
 

3. Camerabewaking in niet voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen

 
Definitie van een Niet publiek toegankelijke besloten plaats
 
Niet publiek toegankelijke besloten plaatsen zijn besloten gebouwen of besloten plaatsen die uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik van de gewoonlijke gebruikers.
 
Checklist voor camerabewaking op niet publiek toegankelijke besloten plaatsen
 
Is er duidelijk bepaald voor welke doelstelling(en) camerabewaking wordt ingezet? Beantwoordt de plaatsingen het gebruik aan de in de wet van 8 december 1992 (privacywet) bepaalde beginselen? Met andere woorden:
 
> Beginsel van finaliteit: Is er formeel bepaald welke veiligheidsdoelstellingen bereikt willen worden? Opgelet: U kan enkel de beelden gebruiken in het kader van de opgegeven finaliteit!
> Beginsel van subsidiariteit: Kan u motiveren dat een camerasysteem het gepaste en het noodzakelijke middel om uw veiligheidsdoelstellingen te bereiken?
> Beginsel van proportionaliteit: Kan u motiveren dat er een evenwicht is tussen de verhoging van de veiligheid en de impact op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer?
 
  • Is er aangifte gedaan aan de Privacycommissie, uiterlijk de dag vóór de dag dat de bewakingscamera's in gebruik worden genomen?
  • Is er aangifte gedaan aan de korpschef van de betreffende politiezone, uiterlijk de dag vóór de dag dat de bewakingscamera's in gebruik worden genomen?
  • Is een pictogram geplaatst aan de toegang tot de niet publiek toegankelijk besloten plaats dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt? Zijn de camera's uitsluitend gericht op plaatsen waarvoor de beheerder zelf de gegevens verwerkt?
  • Gebeurt het "real time" bekijken van de beelden uitsluitend om onmiddellijk te kunnen ingrijpen bij misdrijven, schade of ordeverstoring?
  • Is het opnemen van beelden uitsluitend gericht op het het verzamelen van bewijzen van feiten die een misdrijf opleveren of schade veroorzaken en daders, ordeverstoorders, een getuige of een slachtoffer op te sporen of te identificeren?
  • Worden de beelden niet langer dan één maand bewaard, indien zij geen bijdrage leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer.
  • Zijn de nodige voorzorgsmaatregelen genomen teneinde de toegang te beveiligen tegen toegang voor onbevoegden?
  • Leveren de bewakingscamera's geen beelden op die de intimiteit van een persoon schenden, zijn ze niet gericht op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand?
     
     
Zijn de ‘mobiele’ politiecamera’s in strijd met de recente wetswijziging van de camerawet?
 
Zijn mobiele camera’s, zoals de kleine camera’s op het politie-uniform en de camera’s geïnstalleerd in (anonieme) politievoertuigen, beter gekend onder ‘ANPR’ (automatic number plate recognition) strijdig met de camerawet?
 
De recente wetswijziging stelt dat mobiele camera’s enkel gebruikt mogen worden bij grote volkstoelopen of evenementen en dat het gebruik van deze camera’s beperkt is in de tijd. Uit de vele vragen die we hierover kregen blijkt een grote onduidelijkheid hierover. We stelden daarom de vraag aan senator Nele Lijnen. Hierna haar heldere antwoord, waarvoor onze dank:
 
“De wet stelt inderdaad dat mobiele camera’s enkel gebruikt mogen worden bij grote volkstoelopen of evenementen en dat het gebruik beperkt is in de tijd. Het toepassingsgebied van deze wet is echter beperkt tot bewakingscamera’s in de zin van de definitie in artikel 2, 4°. Daar kunnen we lezen dat het gaat om “elk vast of mobiel observatiesysteem dat tot doel heeft misdrijven tegen personen of goederen of overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of de openbare orde te handhaven en dat hiervoor beelden verzamelt, verwerkt of bewaart.”
 
De camera’s die zich in politievoertuigen bevinden en kentekens lezen om ze te controleren in de databanken vallen niet onder de definitie van het begrip “bewakingscamera” zoals bedoeld in deze wet. Ze hebben niet tot doel misdrijven tegen personen of goederen of overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of de openbare orde te handhaven, maar daarentegen schendingen van de wegcode en dergelijke meer vast te stellen. Dit wordt duidelijk wanneer we artikel 135 van de nieuwe gemeentewet van naderbij bekijken. Het betreft hier de taak van de gemeenten om alle soorten van openbare hinder en onrust, zoals vechtpartijen, samenscholingen, hindernissen die de doorgang belemmeren, enzovoort, aan te pakken.
 
In diezelfde zin, moeten ook de kleine camera’s op het politie-uniform benaderd worden. Het gaat hier in de eerste plaats niet over bewakingscamera’s maar om een camera om bijvoorbeeld de veiligheid, efficiëntie of doeltreffendheid van de interventie te verhogen. Daarnaast worden zij ingezet bij het opsporen en/of vaststellen van bepaalde misdrijven en worden zij niet gebruikt met als doel misdrijven tegen personen of goederen of overlast in de zin van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet te voorkomen, vast te stellen of op te sporen, of de openbare orde te handhaven.
 
Conclusie
Deze camera’s vallen dus niet onder het toepassingsgebied van de Wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's, zoals gewijzigd bij de Wet van 12 november 2009. Deze wet moet werkelijk geïnterpreteerd worden in de zin van het gebruik van bewakingscamera’s om de openbare rust en orde te handhaven, zoals een camera in winkelstraten, op pleinen, in trein- en metrostations enz.. Deze wet heeft dus geen inpakt op het gebruik van camera’s bij opsporings- en interventiewerk van de politie met een totaal andere finaliteit, en ook de wijziging van 12 november 2009 verandert daar niets aan.